Terwijl ik dit blogje schrijf, raast de eerste grote najaarsstorm om ons huis. Het past op de een of andere manier goed bij hoe de maand oktober is verlopen: stormachtig. Op een positieve manier. Hier volgt een terugblik op de maand in vogelvlucht.

Op 1 oktober was ik nog in Kopenhagen voor het MS congres ECTRIMS (zie mijn eerdere blogs hierover). Enkele dagen was ik heerlijk ondergedompeld in de nieuwste data en bevindingen. Ik let altijd extra goed op de studies over cognitieve achteruitgang en de hersenafwijkingen die daaraan ten grondslag liggen. We kunnen die hersenafwijkingen nu veel beter dan vijftien jaar geleden afbeelden en snappen ze gelijk een stuk beter. Spannende tijden voor een hersenonderzoeker! Op 4 oktober was ik terug in NL en de maandag erop zat ik met een delegatie van De Jonge Akademie in Den Haag. We spraken daar met Bernard Wientjes, voorzitter van VNO-NCW, over het Nederlandse wetenschapsbeleid. VNO-NCW is de grootste ondernemersorganisatie van Nederland en ze behartigt de gemeenschappelijke belangen van het Nederlandse bedrijfsleven. Als lobby-organisatie is VNO invloedrijk bij de overheid en de zogeheten ‘topsectoren’ komen onder andere uit hun koker. Het topsectorenbeleid wil de economie stimuleren door het vergroten van publiek-private samenwerking, d.w.z. samenwerking tussen het bedrijfsleven, de overheid en de wetenschap. De termen ‘valorisatie’ en ‘innovatie’ vliegen de moderne onderzoeker dan ook regelmatig om de oren. We moeten valoriseren om innovatie te bewerkstelligen. Innovatie is essentieel voor de ontwikkeling van onze economie en daarmee voor onze toekomstige welvaart volgens Den Haag. En hoewel de meeste wetenschappers dit punt heus zien en in principe helemaal geen probleem hebben met het aanwenden van hun kennis om de Nederlandse economie een boost te geven waar dat kan, wringt er toch iets. Een van de punten die De Jonge Akademie in de afgelopen tijd naar voren bracht is dat de definitie van wetenschap zo wel heel smal wordt: kennis zou voor veel meer doeleinden moeten worden ingezet dan alleen voor economisch gewin. Daar komt bij dat het bij wetenschappelijk onderzoek vaak lastig te voorspellen is of, en wanneer, er resultaten worden geboekt die eventueel tot innovatie leiden. Dat maakt het lastig. Als we naast het stimuleren van de economie op de korte termijn niet blijven investeren in het fundamentele, nieuwsgierigheidsgedreven wetenschappelijk onderzoek waar gebleken de grootste vernieuwende ideeën uit voortkomen, dan valt er over 20 jaar wellicht niet veel meer te innoveren. Het gesprek verliep erg goed. Wientjes zag de problemen van het nieuwe beleid, alhoewel onze ideeën over wat wetenschap is en zou moeten zijn op enkele belangrijke punten blijven verschillen. We spraken af om het gesprek tussen onze organisaties gaande te houden en op meer concreet niveau te gaan onderzoeken waar het topsectorenbeleid verder verbeterd kan worden. De Jonge Akademie blijft intussen natuurlijk de brede waarden van de wetenschap verkondigen. En we gaan door met laten zien hoe wetenschap er in de praktijk uit ziet. Een van de mooiste projecten op dit vlak vind ik persoonlijk de serie “Dagboek van een wetenschapper”, waar de huidige blog -zij het nu op persoonlijke titel- uit is voortgevloeid. Wil je weten hoe een dag van een wetenschapper eruit ziet? Wat de ‘highs’ en de ‘lows’ zijn? Waar hij/zij tegenaan loopt in zijn/haar werk? Lees de dagboeken dan, ze geven echt een geweldige insider’s view. Met de dagboeken hopen we, in overeenstemming met staatssecretaris Sander Dekker’s oproep bij de uitreiking van de Academische Jaarprijs 2013, te laten zien wie we zijn. Hopelijk kan hij ons dan verder helpen om wetenschappelijk Nederland in een minder krap jasje te krijgen.

De tweede week van oktober was ik verder aanwezig bij een adviesbijeenkomst van NWO, waar ons gevraagd werd naar onze ideeën over de volgende ‘call’ (financieringsronde) op het gebied van hersenen en cognitie. Wat zijn nu de belangrijkste onderwerpen? Waar willen we als land sterk in zijn? Ook haastte ik me die week naar Groningen om bij het openingssymposium van het MS centrum Noord-Nederland te spreken over waarom MS geen klassieke auto-immuunziekte kan zijn. Er was ook een hotshot uit het Verenigd Koninkrijk aanwezig, die de tegenovergestelde positie aanhangt. We zijn er voorlopig nog niet uit. Gelukkig ben ik gek op debatten.

Tussen de bedrijven door haastte ik me steeds terug naar VUmc. Ik had stafvergadering en het is jaargesprekkentijd. We zijn bezig met het reorganiseren van een aantal zaken op de afdeling, dus er is genoeg te doen en te bespreken. Als ik kijk naar hoe mijn medewerkers omgaan met de bezuinigingen en alle andere veranderingen, dan kan ik eigenlijk alleen maar heel trots zijn. Iedereen heeft de blik op de toekomst en iedereen denkt en helpt mee om de afdeling centraal te laten staan in de organisatie. Ook hier speelt zichtbaarheid: een modern UMC heeft behoefte aan afdelingen die helder zijn in wat ze kunnen en niet kunnen. Ik probeer binnen mijn afdeling de resultaatgerichtheid en maatschappij-aansluiting van het huidige nationale wetenschapsbeleid aan te houden, maar tegelijkertijd (met de kennis van De Jonge Akademie in mijn achterhoofd) het fundamentele onderzoek te waarborgen. We werken aan een model waarbij de verschillende onderzoeksgroepen binnen mijn afdeling optimaal volgens een zelfgekozen profiel kunnen werken (en daarvoor beloond worden). Dat werken aan stroomlijning van zo’n organisatie, het definiëren van de eigen identiteit en het stutten van het gemoed in bezuinigingstijd, is gaaf. Ik werk allang niet meer aan mijn eigen onderzoek alleen, maar help een hele afdeling, hopelijk zelfs het hele instituut, beter te presteren.

Dat weekend was er de jaarlijkse retraite van mijn eigen onderzoeksgroep Klinische Neurowetenschappen. Wat een energie zit er toch in dat team! Heerlijk om met hen twee dagen op de hei in Drenthe te zitten. We evalueren standaard onze prestaties van het afgelopen jaar en kijken of we de afspraken die we maakten bij de vorige retraite zijn nagekomen. Hebben we gevonden wat we dachten te gaan vinden? Hebben we hypothesen bevestigd/ontkracht? Kortom: zitten we op koers? Daarna onderwierpen we onszelf aan een volle dag onderzoek o.l.v. een Socratisch gespreksleider, die met ons ging uitvezelen wat er nu precies uniek is aan de ‘translationele aanpak’ die onze groep kenschetst. Voor mij geweldig om te zien hoe er echte filosofen in de dop tussen ‘mijn jongens en meisjes’ zitten. We hadden er ook echt wat aan; gingen met meer duidelijkheid en ook met meer vragen naar huis. Dat is de beste wetenschap!

Toen ik de week erop werd gefilmd voor een televisieprogramma over cognitiestoornissen bij MS en het programma terugzag later die week schrok ik van de donkere wallen onder mijn ogen. Oei oei oei, het leventje dat ik leef is niet mals. Maar het is wel gaaf! Zoveel te doen, zoveel moois om op te zetten in wetenschaps- en onderwijsland. Ik hoop alleen niet dat ik er op mijn veertigste uitzie als vijfenzeventig. Zou jammer zijn 🙁

Woensdagavond 16 oktober had ik een etentje met de sprekers van het najaarssymposium van Brein in Beeld. We organiseren op 15 november aanstaande samen met ForumC ons grote jaarsymposium in de Rode Hoed in Amsterdam. De partnering met ForumC gaf vorig jaar een unieke discussie op het grensvlak van wetenschap en levensbeschouwing (met de bekende Amerikaanse filosoof Daniel Dennett als hoofdgast). Dit jaar doen we het nog een keer: Vrije Geesten gaat het heten. (Er zijn nog kaarten!) We zullen discussiëren over de hersenen, de geest en over de verschillende ‘neuromythen’. We spraken bij de voorbereidingsavond over de opzet van het debat, de te kiezen stellingen, besloten om er een dynamische opstelling van te maken (geen vast discussieformat) en, nu ik eraan denk, ik moet nog met Pia Dijkstra bellen, onze debatleider voor de avond…

Vorige week was ook een topper, met de uitreiking van de Academische Jaarprijs in Utrecht en de Moraaldag in het Trippenhuis. De Moraaldag was een soort ‘live experiment’ waarbij 4 groepen bij elkaar werden gezet in KNAW Headquarters: een groep wetenschappers (hersenonderzoekers, filosofen, biologen, rechtskundigen), een groep niet-wetenschappers, een groep jongeren (< 18 jaar) en een gemengde groep. In de groepen werd gediscussieerd over twee toepassingen van hersenonderzoek en met name de mogelijke ethische consequenties daarvan. Door communicatiewetenschappers werd intussen gelet op de interactie tussen de verschillende participanten: hoe gaan ze op elkaar in? Welke wetenschappelijke claims worden er gebruikt? (Ook niet-wetenschappers gebruiken wetenschappelijke claims, maar misschien niet op dezelfde manier als wetenschappers). En in de gemengde groep: is de interactie anders als je merkt dat de taal die je normaliter bezigt niet zonder meer volstaat? We sloten af met een ludiek Lagerhuisdebat. Het werd een geweldige dag. Hierbij is dan ook officieel Brein in Beeld Academia ingeluid, nadat we al een pijler BiB Kids (hersenlessen op de middelbare school) en BiB Public (publiekslezingen en debatten) hadden ontwikkeld. BiB Academia gaat zich, net als De Jonge Akademie, richten op het vergroten van de interdisciplinariteit in de wetenschap. Mijn ideeën over de noodzaak daarvan heb ik al eens kenbaar gemaakt (zie onder andere mijn inaugurele rede in print of op YouTube). De laatste week van oktober ligt voor me. Morgen spreek ik met een kleine delegatie van De Jonge Akademie met Gerdi Verbeet en het Rathenau instituut en woensdag spreken we in het Trippenhuis met ambtenaren van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Het gesprek gaat voort! In de vorige bestuursperiode heeft De Jonge Akademie veel bekendheid gekregen met haar heldere visies ten aanzien van het wetenschapsbeleid. De komende twee jaar gaan we dat uitbouwen en concretiseren naar goede 1-op-1 relaties met verschillende organisaties, politici en andere belangenbehartigers. De Jonge Akademie moet een laagdrempelig aanspreekpunt zijn voor kennis en ervaring op het gebied van de Nederlandse wetenschap. Net zoals de afdeling Anatomie & Neurowetenschappen een laagdrempelig aanspreekpunt en goede samenwerkingspartner is voor translationeel onderzoek in VUmc. En net zoals Brein in Beeld een laagdrempelig podium voor wetenschapsvertaling moet zijn. Ik herken een patroon. Iets met laagdrempelig, kennis, wetenschap en maatschappij... Wetenschap midden in de maatschappij! Maar nu weer terug naar het onderzoek: ik ben onder andere benieuwd of we een stap verder zijn met de precisering van reorganisatieprocessen in de hersenen van MS patiënten en de relatie daarvan tot cognitief verval. Hele interessante resultaten voorbij zien komen... Ben druk aan het nadenken over wat dit kan betekenen. Daarover meer in een volgende blog!