| Column |
|
Altruïsme op tv Een avondvullende nationale televisieactie en Radio 555, een eendaags gezamenlijk initiatief van de commerciële radiostations in Nederland om giro 555 van de samenwerkende hulporganisaties te spekken, heeft uiteindelijk geleid tot een bedrag van ruim 83 miljoen euro voor wederopbouw in Haïti. Een ongelofelijk resultaat voor zo’n korte tijd van actie. Wat is er gebeurd met de Nederlanders dat ze hun welbekende calvinistische zuinigheid plotsklaps opzij zetten en zich in plaats daarvan massaal van hun gulste kant lieten zien?
De laatste jaren is er veel onderzoek gedaan naar de neurale basis van verschijnselen als altruïsme, sociale binding en empathie. Een interessant onderzoek uit de Proceedings of the National Academy of Sciences uit 2006, uitgevoerd door de Amerikaanse onderzoekers Jorge Moll en Jordan Grafman, liet zien dat onze wil om anderen te helpen niet aan Kantiaanse verheven universele wetten gehoorzaamt, waarbij primitieve emoties en egocentrische neigingen actief moeten worden onderdrukt, maar dat bij het geven aan anderen hersennetwerken geactiveerd worden die ook actief zijn bij het zelf ontvangen van cadeaus. De Washington Post grapte meteen na de bekendmaking van deze resultaten dat de religieuze monnik St. Franciscus van Assisi het altijd al gezegd had: “For it is in giving, that we receive". De geleerden zijn het nog niet eens over waarom altruïsme, het geven aan anderen ten koste van jezelf, nou precies een evolutionair voordeel heeft, maar het feit dat je daadwerkelijk zelf gelukkig wordt van het geven aan anderen zal de overleving van dit gedrag vast niet in de weg hebben gestaan.
In een NRC.next blog analyseerde journaliste Elsje Jorritsma op de dag van de grote televisieactie waarom we vaak wachten met geld geven totdat we aangespoord worden door allerlei bekende Nederlanders via de nationale media. “Wekken de Haïtianen in hun deerniswekkende toestand zelf niet voldoende compassie op?”, vraagt zij zich enigszins teleurgesteld af. Tja, we zijn dan wel givers, maar daar zijn wel een paar voorwaarden aan verbonden. Zo blijkt uit onderzoek dat we “iets moeten hebben” met het betreffende gedupeerde volk. De tsunami in 2004 bracht waarschijnlijk meer dan twee keer zoveel geld op, omdat veel Nederlanders Thailand en Indonesië al kenden als vakantieland en er een soort binding mee voelden, terwijl de meesten van ons in Haïti nog niet dood gevonden willen worden. Ook werkt onze empathie beter als we er gelijk een wit voetje mee halen bij onze medemens. Vandaar ook dat we die medemens steeds ijverig bevroegen naar de hoogte van het gegeven bedrag. Hoe zalig als de ander twintig euro minder had gegeven, de krent. En de zenuwcellen in ons brein maakten weer overuren bij het produceren van gelukzaligheids-moleculen. Het mesolimbische systeem, het hersennetwerk dat door Moll & Grafman werd geduid als het “liefdadigheidgebied”, heeft sterke connecties met de hypofyse, een hormoonproducerende klier aan de onderkant van onze hersenen die onder andere vasopressine en oxytocine aanmaakt. Deze twee hormonen hebben een belangrijke rol bij sociale binding, zoals bijvoorbeeld tussen moeder en kind, en worden in de volksmond ook wel “knuffelhormonen” genoemd. Wanneer ze worden vrijgelaten in onze bloedsomloop voelen we ons sterk verbonden met elkaar en dragen we onze buren een warm hart toe. Jan-Peter Balkenende, Linda de Mol, Carice van Houten en Nick & Simon zetten alles op alles om ons “petitionair te doen geven” (voelt beter dan geven zonder dat het eerst netjes gevraagd is, blijkt ook weer uit onderzoek) en vervolgens voelen we ons goed over onze daad, we baden collectief in knuffelhormoon en maken er gelijk een gezellig feestje van met Linda. In giving we receive, blijft ons devies. Dat onze gulheid en ons altruïsme met een aantal voorwaarden komen is tot daaraan toe, toch? Het gaat erom dat we de beurs hebben getrokken toen dat hoognodig was. O ja, nog een laatste onderzoeksfeitje: statistieken voorspellen dat als er volgende week een aardbeving komt in China, we een stuk minder gul zullen zijn. Dat fenomeen staat bekend als “donor fatigue”, ook wel bekend als het “we zijn wel goed maar niet gek” beginsel. Tot zover over de menselijke neiging tot altruïsme.
Laten we in godsnaam hopen dat de tektoniek voorlopig rustig blijft.
Lees deze weblog ook op Scilogs, het blogportaal voor wetenschap
Wetenschap op een kinderfiets Hersenen zijn hip! Dat is al een tijdje zo: onderwerpen in de categorieën Brain en Mind spreken enorm tot de verbeelding bij het bredere publiek en de boekhandels krijgen de boeken over hersenonderzoek niet aangesleept. Maar teksten over wat het hersenonderzoek nog niet heeft opgelost doen het zo mogelijk nog beter. Het duidelijkste en meest recente voorbeeld hiervan is wel het boek van de cardioloog Pim van Lommel, met de veelbelovende titel: “Eindeloos bewustzijn: een wetenschappelijke visie op de bijna-dood ervaring”. Ik heb het gelezen met stijgende verbijstering. Het is een goede oefening voor wie geïnteresseerd is in de theorieën van de dysfunctionele logica. Bij het lezen van van Lommels boek en de interviews in de kranten kreeg ik steeds dezelfde associatie, namelijk die van het leren fietsen van je kind. Eerst denk je ‘dat gaat goed, dat gaat goed’, dan begint het fietsje vervaarlijk te slingeren en voor je het weet ligt de hele mikmak in de struik. In Eindeloos Bewustzijn gaat het precies zo: eerst wordt er gesproken over het voorkomen van bijna-doodervaringen, hun intensiteit en het impact dat ze hebben op het leven van de patiënten die zo’n ervaring hebben doorgemaakt en dan stoomt van Lommel plots door naar het menselijke bewustzijn en maakt hij hersenonderzoekers het verwijt dat ze dingen beweren die nooit bewezen zijn. Uiteindelijk presenteert hij zijn eigen ‘wetenschappelijke’ visie op het bewustzijn. En daar gaat het helemaal mis. Ik presenteer kort zijn gedachtegang: bijna-doodervaringen komen voor bij patiënten die geen hersenactiviteit meer hebben (althans geen meetbare; noot van de auteur van het huidige artikel). Ergo: bewustzijn wordt niet door hersenen geproduceerd. Ons brein is volgens van Lommel slechts een radio die het bewustzijn uit de ether oppikt. Dit is ook meteen een mooie verklaring voor het voorkomen van telepathie en déjà-vu’s. Wat mij betreft is het een van de betere voorbeelden van een inductieve denkfout uit de categorie “ik heb hoofdpijn, dus ik zal wel een tumor hebben”. In de wetenschap, vanouds gebaseerd op de wetten van de logica, wordt gewerkt volgens Occam’s razor: bij het verklaren van welk fenomeen dan ook, horen zo weinig mogelijk aannames te worden gemaakt. In andere woorden: als je moet kiezen tussen twee verklaringen, kies dan de minst vergezochte. Ik ga zeker niet zo ver te zeggen dat neurowetenschappers het bewustzijn begrijpen, maar het aanhangen van bizarre, uit de lucht gegrepen hypothesen zal ons zeker niet dichter bij de oplossing brengen. “De materialistische wetenschap heeft dezelfde rol als de kerk in de tijd van Bruno en Galilei”, zegt de cardioloog in een recent interview in het NRC Handelsblad. Hiermee bedoelt hij aan te geven dat door wetenschappers alles verketterd wordt wat niet in hun straatje past. Dat beeld herken ik in het geheel niet: als wetenschapper ben je constant bezig je eigen (en andermans) hypothesen te ontkrachten om op die manier stapje voor stapje dichter bij waarheid te geraken. Dat het wegredeneren van (wereldse) mysteriën soms ontnuchterend kan werken kan ik me wel voorstellen, maar dat is een heel andere discussie. Wetenschap en ‘het mysterie’ hebben elkaar nooit echt gemogen. En wat te doen met de ideeën over orgaandonatie en euthanasie die van Lommel uit zijn eigen boek afleidt? Is het nou wel verstandig om op basis van zijn flinterdunne bewijsvoering een lans te breken voor het kritisch heroverwegen van beide activiteiten? Wat mij betreft blijven we die discussie ook binnen de grenzen van de harde feiten voeren, of toch tenminste binnen die van het toetsbare. Op zich is het jammer dat de auteur gaat ‘slingeren’ in zijn boek. Hij komt me voor als een geduldig en empathisch arts, met een luisterend oor voor wat zijn patiënten hebben doorgemaakt. Dat is zijn kracht: velen zullen gebaat zijn bij het platform dat hij met zijn boek biedt voor het praten over en het erkennen van bijna-doodervaringen. Ik zet alleen een groot vraagteken bij de ondertitel van Eindeloos Bewustzijn. ‘Wetenschappelijk’ is van Lommels visie immers niet. |
